Nationaal Referentiecentrum Dyslexie

Wat ouders moeten weten

Een kind dat eind groep 3 of begin groep 4 aanhoudend laag scoort op lezen en/of spelling hoeft niet te wachten tot groep 5 of 6 om extra begeleiding te kunnen krijgen. Dit is het eerste toetsmoment.

De school biedt het kind vervolgens extra begeleiding. Dit doet iemand van het onderwijspersoneel (de eigen leerkracht, een intern begeleider of remedial teacher). Deze intensieve begeleiding bestaat uit minstens drie keer per week 20 minuten met het kind oefenen op basis van een zogenaamde remediërende methode (letterlijk: betermakende methode). De extra hulp duurt drie tot zes maanden. Vooraf wordt getoetst wat het niveau is van het kind en na drie tot zes maanden volgt er nog een toetsmoment. Als blijkt - en dat moet ook in het leerlingdossier staan - dat de extra begeleiding niet tot duidelijke verbetering heeft geleid, meldt de school dit aan de ouders.

De ouders melden het kind aan voor dyslexieonderzoek bij een gekwalificeerde zorgverlener (NRD-aangesloten instituten of praktijken). Zij maken zelf die keuze. Sinds 2015 organiseert elke gemeente de dyslexiezorg. De gemeente heeft contracten afgesloten met dyslexiezorgverleners. Het onderzoek wordt vergoed als aan alle voorwaarden (metingen, begeleiding en de beschrijving van het proces) is voldaan en ouders naar één van deze zorgverleners gaan. Het kind krijgt bij de dyslexiezorgverlener een onderzoek waarin onder meer het lees- en spellingprobleem en de intelligentie aan bod komen. Andere leerproblemen die verward kunnen worden met dyslexie worden uitgesloten.

Als het kind ernstige dyslexie blijkt te hebben, wordt de behandeling bij een gekwalificeerde zorgverlener ook vergoed. Is dit niet het geval dan kan de school eventueel de begeleiding op zich nemen. Het kind krijgt ook een dyslexieverklaring. Dit geldt eveneens voor kinderen die blijken dyslectisch te zijn, maar niet in zo'n ernstige mate dat ze voor vergoede zorg in aanmerking komen.

Eventueel kunnen met de dyslexieverklaring op school extra hulpmiddelen voor het kind worden ingezet.